Geen dorp zonder spelen natuurlijk... 

 

Voorspel

 

De Olympische spelen in 1936 in Berlijn kennen een lange voorgeschiedenis. In 1931 werd duidelijk dat Berlijn de Olympische spelen in 1936 zou mogen organiseren. Dat zou niet voor het eerst zijn; want ook in 1916 kreeg Duitsland de spelen toegewezen. Er was al een stadion (het Deutsche Stadion, ontworpen door architect Otto March) gebouwd in de wijk Grunewald, maar de eerste Wereldoorlog haalde een streep door het normale leven en dus ook de Olympische spelen. Bij de eerstvolgende spelen in 1920 en daarna in 1924 werd Duitsland van deelname uitgesloten. In Amsterdam, 1928, deden voor het eerst sinds 1912 weer Duitse atleten mee.

Ondertussen gebeurde er op politiek gebied in Duitsland iets wat de wereldgeschiedenis zou veranderen. Op 31 juli 1932, een dag na de opening van de spelen in Los Angeles, kreeg de NSDAP ruim een derde van de stemmen bij de rijksdagverkiezing. De opmars van deze partij resulteerde er uiteindelijk in dat Adolf Hitler op 30 januari tot Rijkskanselier benoemd werd.

 

Dat was op zich zorgelijk voor degene die in Duitsland bezig waren de spelen te organiseren. De NSDAP had zich voorheen negatief uitgelaten over de spelen. Veel te internationaal en multicultureel gericht naar hun zin. Toen ze een kleine splinterpartij waren deed die kritiek er niet toe, maar nu ze de grootste partij waren, konden de spelen wel eens op losse schroeven komen te staan. Ook Hitler was in het begin niet enthousiast. Toch, na veel gesprekken met de nieuwe machthebbers, Goebbels voorop, werd ingezien dat de spelen een uitstekende mogelijkheid waren om het Derde Rijk van zijn beste kant te laten zien aan de rest van de wereld, deviezen binnen te krijgen en mensen een baan te bezorgen bij de bouw van het stadioncomplex, dorp en met andere werkzaamheden. Verder was het natuurlijk een voordeel dat de spelen de Duitsers zouden motiveren fit en gezond te blijven; ideaal als je ook fitte soldaten wilt hebben.

 

Het was gepland het  bestaande Deutsche Stadion te moderniseren en te gebruiken voor de spelen. Toen Hitler het complex bezocht in oktober 1933 werd door die plannen een streep gehaald. Naar zijn idee kon het stadion niet het Nieuwe Duitsland representeren. In plaats daarvan moest er een groot, modern, elegant en monumentaal stadioncomplex komen. Architect Werner March en zijn broer Walter kregen de opdracht. Daarmee was de familie nauw verbonden met de Olympische spelen, want vader Otto had het oude stadion ontworpen.

 

De aanleg van het 131 hectare grote Reichssportfeld begon al snel; in april 1934 ging de eerste spade in de grond. Het nieuwe stadion zou plek bieden aan 100.000 toeschouwers. Ter vergelijking; de Rotterdamse kuip werd in 1937 geopend en heeft tegenwoordig een capaciteit van 51.117, bij de opening was dat 65.000.

 

Boycot?

 

De zomerspelen vonden plaats van 1 tot 16 Augustus 1936. Er deden 49 landen aan mee, met in totaal 3961 atleten. Dat was een nieuw record. Het scheelde echter niet veel of de spelen hadden een fiasco geworden. Toen, en zeker nu, werden de spelen als een instrument van de nationaalsocialisten beschouwd om Duitsland in een positief daglicht te stellen. Dat gebeurd natuurlijk bij elke editie van de Olympische spelen, ook tegenwoordig. Maar tegelijkertijd was er veel aan de hand in het Duitsland van Hitler. Sinds hij aan de macht was gekomen drie jaar eerder, was er meer nationalisme, minder vrijheid, meer dictatuur en vooral vervolging van andersdenkenden, Zigeuners, Joden. Dat ontging de rest van de wereld niet, die met zorg en argwaan keek naar wat er gebeurde in Duitsland. Er was dan ook veel discussie en protest tegen de spelen. Het scheelde niet veel of een aantal landen, waaronder de VS, zouden de spelen geboycot  hebben. 

 

Niet alleen vanwege de discriminatie die zijn kop opstak in Duitsland, maar ook vanwege de schending van het verdrag van Locarno door Duitsland dreigde een boycot. In dit verdrag, een uitvloeisel van de vrede van Versailles na de eerste Wereldoorlog, werden nieuwe grenzen van verschillende Europese landen vastgesteld. Ook stond daarin dat het Rijnland, het industriële gebied grenzend aan Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk gedemilitariseerd moest zijn en blijven. Dit als buffer tegen een eventuele aanval van Duitsland richting Frankrijk. Van 1923 tot 1930 was het ook bezet door de Geallieerden om Duitse herstelbetalingen af te dwingen.

Nadat de geallieerde troepen waren vertrokken in 1930, besloot Hitler echter dat het gebied weer bij Duitsland moest horen. De Wehrmacht trok het Rijnland in. Dit gebeurde op 7 maart 1936, dus slechts enkele maanden voor de Olympische spelen. Engeland en Frankrijk deden hier slechts weinig aan. Er kwam geen militaire actie, er werden alleen protestbrieven gestuurd. De geschiedenis zou een andere loop gehad kunnen hebben als dat wel was gebeurd. Duitsland was op dat moment economisch en militair niet sterk genoeg om eventuele militaire acties langdurig te kunnen weerstaan. Tegelijkertijd speelde ook de dreigende burgeroorlog in Spanje, al met al dus een brisante periode in de geschiedenis. Misschien is dat ook een reden dat de spelen van 1936 een succes konden worden. De wereld wilde geloven dat mensen in vrede met elkaar konden leven.

 

Het Olympiastadion zoals het er bij mijn bezoek in 1999 uitzag. Bij de renovatie van 2004 is er een groter dak geplaatst. Een stad blijft veranderen. Ik moet weer eens terug! Anno 2019 wil Hertha BSC het Olympiastadion het liefst verruilen voor een nieuw kleiner stadion, dat minder 'leeg' aandoet wanneer het niet uitverkocht is. Dat zou betekenen dat het Olympiastadion zonder vaste gebruiker zou zijn.

Opening van de XI Olympische spelen. Rijkskanselier Adolf Hitler met leden van het nationale en internationale Olympische comité op de trappen van het stadion. Bron: Wikimedia Commons.

Toegangskaartje voor de hockeywedstrijd tussen India - Verenigde staten. India won met 7-0

Reclamemateriaal van Bötzow bier. Door te draaien kon de medaillespiegel bijgehouden worden. Het leuke is dat iemand dat ook gedaan heeft.

Het biermerk bestond van 1885 tot 1949. Tegenwoordig zijn nog een aantal panden van de brouwerij in Berlijn bewaard gebleven.