Ervaringen

Maar hoe vonden de atleten zelf het dorp en de spelen? We hebben de herinneringen van een Olympia deelnemer uit Liechtenstein. Dat landje nam in 1936 voor het eerst deel aan de Olympische zomerspelen met zes man. Ze waren, net al de meeste deelnemers erg onder de indruk. Het verhaal begint met de aankomst in Berlijn:

 

Na de plechtige begroeting op het Anhalter Bahnhof namen we plaats in een militaire autobus en reden we door de feestelijk versierde straten van de stad Berlijn. Telkens wanneer de bus bij een bezienswaardig gebouw of monument voorbij kwam, maakte Herr Baron Woldemar von Falz-Fein ons daarop attent. Hoewel we echt moe waren hielden we de ogen goed open want we wilden niets missen. Na een rit van een uur kwamen we uiteindelijk bij het Olympische dorp. Toen we aankwamen werden we door een grote menigte enthousiast ontvangen. Een hoge Reichswehr officier hield een korte begroetingstoespraak en hierna werd, terwijl het volkslied werd gespeeld, onze geliefde vlag gehesen. Deze gebeurtenis was zo plechtig en overweldigend dat bij een ieder van ons de ogen vochtig werden. Na deze ceremonie werd het traliehek, welke het Olympisch dorp van de buitenwereld scheidt, geopend en maakten we onze plechtige entree in het dorp van de vrede. Voorop liep een militaire kapel, verder bestond het gevolg nog uit een aantal deelnemers die voor ons aangekomen waren.

Aangekomen bij het huis Limburg, waar we ons kamp zouden opslaan werd opnieuw het Liechtensteiner volkslied gespeeld en aan de vlaggenmast voor het huis werd de blauw-rode vlag gehesen. Maar het was nog niet voorbij met de aangename verrassingen. We waren allen erg opgetogen toen men ons de schone en vriendelijke woonkamertjes liet zien. In elk daarvan stonden twee bedden, twee kledingkasten, een tafel en stoelen. De meeste van de huisjes hadden 14 van zulke kamertjes en verder een grotere woonkamer en was,- en badkamer. Ons equipe had bij lange na niet het hele huisje nodig, dus werden er ook een paar Grieken en Fransen bij ons ondergebracht.

Hoewel we een heel internationaal gezelschap was voelde iedereen zich er zeer thuis. Een erg vrolijke vriend was onze Hauswart (conciërge) Hij is zeeman en kon ons daarom urenlang spannende verhalen vertellen. Overigens was al het bediende personeel zo; ze hadden allemaal wat van de wereld gezien en waren bekend met de andere gewoontes en gebruiken van andere volkeren.

Toen we onze spullen opgeborgen hadden ging we direct naar het restaurant, onze magen knorden bedenkelijk. Onze Ehrendienstoffizier, Hauptmann von Rhaden, zorgde ervoor dat onze magen snel gevuld werden. Elk groter land had in het Wirtschaftsgebäude een eigen ruimte. Natuurlijk was de delegatie uit Liechtenstein te klein om een eigen vertrek te willen hebben, zodat we samen met de Luxemburgers een plaatsje deelden. Meteen bij de eerste maaltijd konden we vaststellen dat de menukaart zo goed gevuld was dat zelfs de meest verwende fijnproever aan zijn trekken kwam.

Na de lunch maakten we een wandeling van hot naar her door het dorp. We konden zien met welke zorgvuldigheid en aandacht alles ingericht was om de vreemde gasten het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Er was een idyllische vijver aangelegd, bomen verplaatst en zo werd de voormalige heide een paradijs.

Op 28 augustus 1936, weer thuis, schreef hij;

 

Het continue kijken van de wedstrijden in het stadion had ons moe gemaakt en met plezier keerden we s'avonds in het stille, vredige dorp terug. Het gebeurde echter ook dat voor de toegangspoort een grote menigte handtekeningjagers op hun slachtoffers stond te wachten, en dan was je niet zo maar weg, tot je uiteindelijk van de lang verwachte rust kon genieten. De mooiste ervaring tijdens onze tijd in Berlijn was toch wel dat als de prins van ons edele vorstenhuis ons bezocht in het dorp en zich ervan kon overtuigen dat we werkelijk goed ondergebracht waren.

 

Zo verging de ene dag na de andere. Toen de Olympische spelen afgelopen waren kwam ook voor ons het moment van afscheid. Een bekend spreekwoord zegt; Es ist nichts schwerer zu ertragen, als eine Reihe von guten Tagen, maar in ons geval was dat niet waar, want we zouden het nog lang kunnen volhouden. Toen we later in de boeken over de spelen en het dorp die we gekregen hadden bladeren kwamen de herinneringen weer levendig boven. We zijn hen dankbaar die het ons mogelijk maakten aan deze Olympiade deel te nemen.

 

Tot zover de herinneringen van deelnemer uit Liechtenstein.

 

Vrouwen

In de Dorfbote, een krant voor de bewoners van het dorp stond een prijsvraag: Waarom heet het Olympisch dorp het Dorf des Friedens? Een Finse deelnemer won de prijs met zijn antwoord: omdat er geen vrouwen zijn.

Wie nu het woord 'Olympisch dorp' ingeeft bij Google komt al snel op berichten uit waarin gerept word over weer een nieuw record aan condooms dat is uitgereikt aan de atleten, of de feesten na afloop. In 1936 was men niet zo open en vrij. Er was een strikte scheiding tussen mannen en vrouwen; de laatste waren in het dorp niet welkom. De 331 vrouwelijke sporters en hun begeleiders waren een aantal kilometer verder ondergebracht in een studentenhuis op het Reichssportfeld en een turnschool. Zelfs tijdens de open dag voor de pers op 30 juli 1936 mochten geen vrouwelijke persvertegenwoordigers aanwezig zijn, en ook het voltallige keuken,- en bedieningspersoneel in de restaurants bestond uit mannen. De enige vrouw die het toegestaan was in het dorp te verblijven, was de vrouw van Kommandant Fürstner die bij hem woonde in het huis op het terrein. Wilde de sporters vrouwen zien tijdens hun verblijf in het dorp, was de enige optie om naar de stad te gaan, of naar het ontvangstgebouw waar wel vrouwen werkten of als bezoeker kwamen.

Het zou tot de spelen van 1956 in Melbourne duren eer dat mannen en vrouwen samen in één Olympisch dorp verbleven, hoewel toen nog wel gescheiden door een hek.