Sporterhuisjes

Er waren 141 woningen voor atleten en hun verzorgers, vijf daarvan met twee verdiepingen. Deze hadden acht tot twaalf slaapkamers voor twee personen, een ruimte voor de steward bij de ingang, badkamer met douche, en heel bijzonder voor die tijd; een telefoon. Aan het einde van het gebouw bevond zich een 'gemeinschaftsraum', oftewel de huiskamer. Elk huisje had een naam gekregen vernoemd naar een Duitse stad, en het wapen of embleem van die stad was zichtbaar naast de ingang. Behalve dat dit promotie was voor heel Duitsland, was het voor de sporters op die manier ook makkelijker hun onderkomen terug te vinden. Het thema kwam ook weer terug in de huiskamer, waar muurschilderingen van de betreffende plaats waren aangebracht, in de foto's die waren opgehangen en op het beddengoed en handdoeken. De betreffende steden werd gevraagd de kosten hiervan te dragen, en/of het genoemde materiaal te leveren. 

 

Wat betreft de Nederlanders was de verdeling volgens de Venlose courant van 29 Juli 1936 “21 wielrenners plus de Nederlandsche kok zijn gelogeerd in het huisje „Neustadt", twee wielrenners en 16 athleten en vier vijfkampers zijn ondergebracht in „Kaisers Lautern", 11 boksers en 11 zwemmers konden in „Baden Baden", 13 schermers, 7 zwemmers en dokter Van Daal wonen in „Constanz" en ten slotte de 19 hockeyers alsmede de chef de mission, de heer Lotsy, in „Freiburg" logeeren, in totaal komen in de aanstaande dagen 108 Nederlandsche heeren athleten in het Olympische dorp te wonen. “

 

Men was zeer te spreken over de verzorging. Dat zag men terug in grote zaken, zoals een steward per huisje die hand en spandiensten verleende, maar ook in de kleinere zaken. Zo schrijft de Graafschapbode op 26 augustus 1936 , in wat we nu een Advertorial zouden noemen: "Wellicht weet men dat elke groep die aan de Olympische spelen deelnam haar eigen kok had. Hij zorgde ervoor dat het voor geschreven dieet strikt werd nagevolgd. Maar minder bekend is het, dat de zorgen van het Olympisch comité voor de welvaart der deelnemers zich zelfs uitstrekten tot de zeepsoort welke in het Olympisch dorp werd gebruikt! Men heeft blijk gegeven van grote voorzichtigheid door een zeep te kiezen die de huid niet irriteert, maar haar frisch en soepel houdt. Zoals bekend is werden in de tijd der Griekse Olympiaden de atleten met olijfolie gemasseerd. En dus vond iedere bewoner van het Olympisch dorp in zijn cabine een stuk Palmolive zeep, in welke een grote hoeveelheid olijfolie verwerkt is. In een tijd dat douchen of een bad nemen nog geen gemeengoed waren, moet dit als een weldadige luxe gevoeld hebben."

 

Natuurlijk moest er ook medische verzorging zijn. Er was constant medisch personeel aanwezig. Vijf artsen en 40 verpleegkundige draaiden hun diensten. Haus Hanau was hun post. Niet alleen konden ze kleine medische ingrepen doen, ook bewaakten ze de hygiëne in de keuken, het zwembad en andere inrichtingen. 

 

Na de oorlog zijn de meeste huisjes door de Sovjets gesloopt. Er zijn anno 2019 nog 20 woningen over in verschillende staten van verval, één daarvan is ingericht als museum en ziet er weer uit zoals het in 1936 was.

 

Hieronder: de Egyptische basketbal speler Mohamed  Rashad Shafshak met begeleiders van de 'Ehrendienst'. Er waren 185 jongens en 70 meisjes aangesteld als begeleiders van de atleten. Ze begeleiden hen in het dorp en stad, bij trainingen en waren naar verluid zeer gemotiveerd en gewaardeerd. 

 

De Canadese wielrenners doen reparaties voor hun huisje. Olympia Zeitung nummer 9, 29 juli 1936

 

Foto's rechts: deze welkomstboodschap was in elke kamer van de huisjes te vinden voor de atleten. Op de foto een Zweeds, Arabisch en Nederlands exemplaar. Ze waren er in 28 talen.